Slaapregressies: waarom slaapt je kindje ineens slechter?

Slaapregressies: waarom slaapt je kindje ineens slechter?
13 mei 2026

Het kan goed zijn dat je nog nooit van deze term gehoord hebt, totdat je ineens begint te googelen naar een verklaring voor waarom je kindje opeens slechter slaapt. Want laten we eerlijk zijn: Als het ‘normaal’ is dat je kindje in een bepaalde periode slechter slaapt, dan voelt het al meteen een stuk minder erg, toch? Is je kindje een goede slaper? Dan kan het zijn dat je helemaal niets van deze slaapregressie hebt meegekregen, lucky you! Wat is een slaapregressie precies? Welke slaapregressies zijn er? En hoe los je een slaapregressie op?

Wat is een slaapregressie en waarom gebeurt het?

Slaapregressies zijn gekoppeld aan de mentale en motorische ontwikkelingen die je kindje rond een bepaalde leeftijd doormaakt. Elke motorische ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld: leren rollen, kruipen, lopen maar ook een mentale ontwikkeling zoals bijvoorbeeld verlatingsangst heeft effect op de slaap van je kindje. Dit komt doordat je kindje deze ontwikkelingen in de nacht verwerkt en dit hem dus letterlijk uit zijn slaap houdt.

Ieder kindje maakt zo een ontwikkeling op zijn eigen tempo mee. Zo kan het dus zijn dat jij helemaal niets merkt rond de 12 maanden, maar dat je rond de 14 maanden ineens denkt: hmm wat zijn de nachten onrustig. En een paar dagen later zie je dat jouw kindje ineens kan kruipen. Oftewel: iedere keer dat de slaap van jouw kindje achteruitgaat, kun je spreken van een slaapregressie. Ongeacht in welke periode deze plaats vindt of hoe lang hij duurt.

Op het moment dat je een goede slaper hebt, zul je weinig merken van een slaapregressie. Je kindje zal wakker worden, maar weet zichzelf dan ook weer goed terug in slaap te krijgen. Maar als jouw kindje al regelmatig jouw hulp nodig heeft om in slaap te vallen, dan zul je merken dat je ’s nachts nu nog vaker je bed uit zult moeten.

Welke slaapregressies zijn er?

Een slaapregressie kun je zien als een 'tijdelijke' achteruitgang in de slaap van je kindje. Waarvan er een aantal heel bekende bestaan:

  • De 4 maanden slaapregressie
  • De 9/12 maanden slaapregressie
  • De 15/18 maanden slaapregressie
  • De 24 maanden slaapregressie

De 4 maanden slaapregressie

Word je kindje plotseling veel wakker in de nacht? Duren de slaapjes overdag nooit langer dan 45 minuten? En is het moeilijk om ritme in je dag te behouden?

Net wanneer je denkt dat je een fijn ritme gevonden hebt, lijkt je je ritme weer in elkaar te vallen: De slaapjes overdag willen niet zo goed meer lukken doordat je kindje meer moeite heeft om in slaap te vallen en hij wordt na een slaapcyclus van 45 minuten weer wakker. Daarnaast sliep je kindje ’s nachts eerst periodes van 4 tot 6 uur achter elkaar, maar heeft hij jou nu ineens na 2 uur alweer nodig om verder te slapen. Klinkt dit herkenbaar? Grote kans dat je kindje in de 4-maanden slaapregressie zit.

Een slaapregressie voelt als een achteruitgang in de slaap van je kindje, maar de 4 maanden slaapregressie (die ergens rond de 4 maanden plaats vindt) kun je eigenlijk zien als PROgressie: je kindje maakt een grote ontwikkeling op het gebied van slaap door waardoor hij eigenlijk juist beter gaat slapen. Je kindje ontwikkelt nu zijn slaapcyclussen in de nacht, welke zo een 2 tot 4 uur duren.

Hoe herken je de 4 maanden slaapregressie?

In de eerste vier maanden slapen baby’s in de nacht op slaapdruk en worden ze eigenlijk alleen wakker voor een voeding, wanneer ze kramp hebben, of het te warm of te koud hebben. Het kan dus zomaar zijn, dat ze dan zo een 4 tot 6 uur (of misschien wel langer) achter elkaar door kunnen slapen, waarna ze wakker worden voor een voeding en dan weer 4 tot 6 uur kunnen maken.

Met de start van de 4-maanden slaapregressie komt hier helaas een einde aan omdat je kindje naast overdag, nu dus ook ’s nachts op slaapcycli gaat slapen. Je zult het meeste van deze slaapregressie merken als jij je kindje altijd al in slaap moet helpen, hij telkens maar 1 slaapcyclus slaapt en jouw hulp nodig heeft om opnieuw in slaap te vallen. Waar je er eerder ’s nachts na 4 tot 6 uur uit moest, viel het misschien minder op dat je kindje jouw hulp nodig had om weer in slaap te vallen; het was dan ook tijd voor een voeding. Maar nu je er ’s nachts iedere twee uur uit moet om je kindje weer terug in slaap te helpen is dit een ander verhaal. Ook overdag kan je kindje nu in de vicieuze cirkel komen van oververmoeidheid doordat zijn dutjes door deze slaapregressie korter worden en hij moe is van de pittige nachten.

Hoe pak je de 4 maanden slaapregressie aan?

Als de basis op orde is, dan kun je kijken naar wat jij doet om je kindje in slaap te helpen. Als je hem altijd in slaapt wiegt, dan zal je kindje dit ook van jou vragen als hij na een slaapcyclus wakker is geworden. En dit zorgt er dus voor dat je ’s nachts iedere twee uur je bed uit moet. Het eerste doel is nu om ervoor te zorgen dat je kindje zelfstandig in slaap kan vallen. Probeer elke dag jouw hulp om je kindje in slaap te krijgen steeds een beetje meer af te bouwen. Als dit eenmaal gelukt is, kun je je baby leren om dit ’s nachts of tijdens slaapjes overdag te herhalen. Haal je kindje ’s middags niet meteen uit bed als hij wakker wordt, maar kijk eens of het hem lukt om opnieuw in slaap te vallen. Zodra je kindje het zelf in slaap vallen onder de knie krijgt zul je merken dat de nachten ook weer steeds beter zullen gaan en jullie snel weer lekker zullen slapen!

De 9/12 maanden slaapregressie

Wat doe je tegen verlatingsangst?

Tijdens deze slaapregressie kunnen de nachten pittiger zijn dan ze ooit geweest zijn; je kindje wordt vaker wakker gedurende de nacht en ook de slaapjes overdag gaan lastig. Dit komt omdat je kindje een hoop mentale en fysieke stappen te verwerken heeft. Zo ontstaat de welbekende ‘verlatingsangst’ rond deze leeftijd en zal je kindje er alles aan doen om te zorgen dat je bij hem blijft. Daarnaast leert je kindje rond deze periode zelf te gaan zitten, staan, kruipen of misschien lopen en naast het verwerken hiervan, wat je kindje letterlijk wakker houdt, probeert je kindje zijn nieuwe vaardigheden misschien ook wel uit in bed. Niet bevorderlijk voor zijn slaap dus! Doordat de slaapjes overdag moeizamer gaan, raakt hij oververmoeid en oververmoeidheid zorgt voor slechte nachten.

Hoe krijg ik mijn kind in slaap?

Door tijdens deze slaapregressie consequent te blijven, zul je zien dat de slaapjes weer op zijn plek zullen vallen. Probeer je echter van alles om je kindje maar in slaap te krijgen? Dan heb je daar uiteindelijk niet alleen jezelf maar ook je kindje mee. Je leert hem op deze manier nieuwe gewoontes aan die je weer zult moeten afleren en daarnaast maakt het uitproberen van allemaal verschillende technieken de slaapregressie uiteindelijk alleen maar groter omdat je kindje niet weet wat hij kan verwachten. Consequent zijn en blijven is dus ook bij deze slaapregressie heel belangrijk. Verlatingsangst speelt een grote rol bij deze slaapregressie, daarom raad ik je een uitgebreid bedtijdritueel voor je kindje aan. Met een goed bedtijdritueel bereid je hem voor op zijn slaapje en zal het in slaap vallen makkelijker gaan.

Als je kindje altijd een goede slaper geweest is, dan zul je deze slaapregressie waarschijnlijk pas opmerken rond de 12 maanden. En ook dan speelt verlatingsangst weer een grote rol in deze slaapregressie. Kindjes van deze leeftijd kunnen daarnaast veel harder huilen dan je van je kindje gewend bent en daarnaast houden ze dit ook erg lang vol. Ze willen niets meer missen en hebben nu door dat zij de enige zijn die naar bed gaan en dat ze van alles missen terwijl ze slapen. Ook nu raad ik je aan om veel tijd aan het bedtijdritueel te besteden. En wist je dat zelfs huid-op-huid contact kan helpen om verlatingsangst te verminderen? Ga dus lekker samen in bad of onder de douche voordat je kindje naar bed gaat!

Wanneer over van 2 slaapjes naar 1 slaapje?

Doordat tijdens deze slaapregressie de slaapjes overdag moeilijker gaan en je kindje misschien niet direct in slaap valt bij het middagslaapje of juist maar heel kort slaapt lijkt het al snel alsof het tijd is om een slaapje te laten vallen. Niets is echter minder waar. Rond deze tijd leert je kindje kruipen/lopen en daarnaast leert hij er ook mentaal weer een hoop bij: hij zegt zijn eerste woordjes, leert spelen met speelgoed en probeert jou en zijn omgeving te begrijpen. Om dit allemaal te kunnen verwerken heeft je kindje alle slaap dus hard nodig! Consequent zijn en blijven voor twee (tot soms wel zes) weken helpt om deze slaapregressie door te komen. De overgang van 2 slaapjes naar 1 slaapje vindt over het algemeen pas plaats tussen de 15 en 18 maanden.

De 18 maanden slaapregressie

Het eerste jaar van je kindje zit erop, slaapregressies, sprongetjes, tandjes. Je kindje heeft het allemaal doorstaan (en jij dus ook!) En dan ineens zijn ze er weer: De 18- en 24-maanden slaapregressies. Doorbijten en uitzitten? Niet nodig, wees voorbereid en zorg dat je kindje weinig van deze slaapregressie merkt.

Wat helpt bij verlatingsangst?

Verlatingsangst speelt ook met 18 maanden nog een grote rol in het leven van je kindje. Lukt het van de een op de andere dag ineens niet meer om je kindje ‘gewoon’ naar bed te brengen? En begint hij te huilen en te brullen tot je weer in zijn kamer bent? Dit is een typisch signaal van verlatingsangst. Neem deze angst van je kindje serieus en laat hem weten dat je er voor hem bent. Geef je kindje overdag veel extra 1-op-1 aandacht en besteed veel tijd aan het bedtijdritueel. Is dit niet genoeg voor je kindje? Soms helpt het als je een paar dagen bij hem in de buurt blijft als hij naar bed moet, zodat hij weet dat je er nog bent. Maar let op: Kom niet in de verleiding om je kindje te helpen in slaap te vallen, dit is hij namelijk echt niet verleerd! Je nabijheid zou voldoende moeten zijn om deze slaapregressie, die een week of 4 kan duren, door te komen. Dus ook hier geldt weer: Consequent zijn en blijven maken deze slaapregressie makkelijker om doorheen te komen, hoe moeilijk dit soms ook is.

  • Zorg voor een voorspelbaar bedtijdritueel met een duidelijk einde. Geef je kindje niet de kans om dit einde steeds langer uit te stellen. Een duidelijk eind zorgt ervoor dat je kindje weet dat het nu tijd om te gaan slapen is.
  • Rond deze leeftijd biedt een knuffel of een doekje veel troost, het kan dus zeker helpen om dit te introduceren.
  • Blijf consequent in het aanbieden van het middagslaapje en het naar bed brengen op een vaste tijd. Regelmaat is heel belangrijk!
  • Bied je kindje ’s nachts geen nieuwe keuzes aan om hem maar in slaap te krijgen. Houd je vast aan je routine. Hierdoor weet je kindje precies wat hij van jou kan verwachten.
  • Heeft jouw kindje nog steeds 2 slaapjes overdag? Dan is het nu zeker tijd om over te stappen naar 1 goed middagslaapje.

Toen je kindje 1 werd, dacht je misschien al dat de tijd vloog maar ineens wordt je kindje 2 en dan weet je het zeker: De tijd gaat echt snel! Je kindje praat er inmiddels al behoorlijk op los en heeft nu ook zijn eigen wil. Niet alleen als het gaat om het aantrekken van zijn jas of schoenen maar ook wat betreft het wel of niet doen van een slaapje. Viel je kindje voorheen binnen een kwartiertje in slaap? Dan is het goed om te weten dat het voor kinderen van 2 jaar heel normaal is om er langer over te doen om in slaap te vallen bij bedtijd. Zolang jij je kindje niet hoeft te helpen en hij vrolijk in zijn bed ligt, is er niets aan de hand!

De 24 maanden slaapregressie

Tot wanneer een middagslaapje?

Tijdens de 24-maanden slaapregressie zal je kindje bij zijn middagslaap alles uit de kast halen om niet te hoeven te slapen. Misschien heb je geluk en ligt hij gewoon te kletsen in zijn bed maar het kan ook zomaar zijn dat bedtijd echt een strijd wordt. Dit tijdelijke(!) weigeren van het middagslaapje is echter geen teken dat het tijd wordt om het slaapje te laten vallen. Bijna alle kinderen van deze leeftijd hebben echt nog 1 tot 2 uur slaap nodig om de dag goed door te komen en niet oververmoeid aan bedtijd ’s avonds te beginnen. Dit slaapje helpt onder andere bij het reguleren van de emoties van je kindje en is dus heel belangrijk! Het middagslaapje vervalt meestal tussen de 2,5 en 3 jaar en het betekent nu dus even doorzetten! Merk je dat het in slaap vallen bij bedtijd moeilijker gaat? Dan kan dit betekenen dat je kindje niet moe genoeg is bij bedtijd. Zorg voor voldoende fysieke beweging overdag en verleng zijn wakkertijd met een kwartier of half uurtje.

Tips voor alle slaapregressies

Hoe zorg ik dat mijn kind geen last heeft van slaapregressies?

Je hebt nu veel kunnen lezen over de ‘standaard’ slaapregressies die je kindje mee kan maken, maar los van deze slaapregressies zullen er nog meer tijden aan komen waarin je kindje in een slaapregressie zit. Bijvoorbeeld als hij ziek is (geweest), of als er iets spannends of juist iets leuks te gebeuren staat. Slaapregressies zullen er altijd zijn maar als de basis goed is en je kindje van zichzelf een goede slaper is dan betekent dit niet meteen dat je kindje niet meer weet hoe het moet en tijdelijk wat meer hulp is dan helemaal oké! Maar als de basis nog niet helemaal staat, dan is het belangrijk om consequent te blijven om ervoor te zorgen dat iedere keer als de slaap van je kindje achteruitgaat, hij niet steeds meer hulp nodig heeft om in slaap te komen, maar juist steeds minder! Met een goede basis kun je veel bereiken en merk je nu dat je daar wat hulp bij kunt gebruiken? Neem dan contact met mij op, zodat we er samen voor kunnen zorgen dat iedereen in jouw gezin aan zijn slaap toekomt!

Liefs,
Judith
www.projectslaap.nl