Het HCG-hormoon

Het HCG-hormoon

Vanaf de bevruchting tot en met week 16 maakt het embryo in je lichaam het HCG hormoon aan. Dit hormoon is beter bekend als het zwangerschapshormoon. In de eerste 8 tot 10 weken verdubbelt de HCG productie iedere 48 uur. Het hormoon is van levensbelang voor de baby, maar voor vrouwen kleven er vaak minder voordelen aan.

 

De bekendste zwangerschapskwaaltjes zijn het gevolg van het HCG hormoon. De onverwachte schaterlach, de plotselinge tranen en andere emotie- en stemmingswisselingen, de misselijkheid, de jeukende borsten, de gekke huid, het regelmatig plassen. Het zijn allemaal bijeffecten van het zwangerschapshormoon. 


Na de 10e week van je zwangerschap neemt de productie van het hormoon weer af, waardoor je gelukkig minder last zal hebben van de soms vervelende zwangerschapskwaaltjes. 

 

Je lichaam maakt rond de vierde week zoveel HCG hormonen aan dat er een overschot ontstaat. Wat je teveel aanmaakt, plas je weer uit. Een zwangerschapstest meet de daarom de hoeveelheid HCG in je urine. Is er een overschot van het zwangerschapshormoon? Dan ben je zwanger!